Saint-Gobain lanceert de 4e editie van de Sustainable Construction Barometer
Inmiddels toe aan zijn vierde editie, biedt de Sustainable Construction Barometer, ontwikkeld door het Sustainable Construction Observatory van Saint-Gobain en uitgevoerd door Occurrence-IFOP, een wereldwijd overzicht van hoe duurzame bouw wordt begrepen, ervaren en toegepast.
De editie van 2026, die 30 landen bestrijkt en zowel stakeholders als burgers samenbrengt, belicht regionale verschillen, opkomende prioriteiten en de belangrijkste hefbomen om de transformatie van de sector te versnellen.
5 kerninzichten
#1 Duurzaam bouwen: een ingeburgerd concept, maar ongelijk toegepast
Duurzaam bouwen is vandaag een breed erkend begrip. 67% van de stakeholders en 39% van de burgers geeft aan precies te begrijpen waar het concept voor staat; respectievelijk 94% en 84% is er minstens mee vertrouwd.
Deze brede bekendheid gaat echter gepaard met grote verschillen tussen regio’s en landen. De bekendheid bij stakeholders blijft lager in Azië-Pacific (58%) dan in het Midden-Oosten (75%), en zelfs binnen dezelfde regio kunnen aanzienlijke verschillen bestaan. In Europa illustreert het contrast tussen Roemenië (86%) en Tsjechië (40%) het uiteenlopende maturiteitsniveau. Bij burgers is de kennis van het concept sociaal ongelijk verdeeld en hoger bij jongeren en universitair afgestudeerden.
Duurzaam bouwen ontwikkelt zich zo tot een gemeenschappelijk referentiekader, terwijl de concrete toepassing ervan in verschillend tempo vordert, afhankelijk van regio en profiel.
#2 Veerkracht wint aan belang, maar de voordelen verdienen meer zichtbaarheid
Van de criteria die duurzame bouw definiëren, wint veerkracht steeds meer aan belang. Na een sterke stijging in de vorige editie (+8 punten tussen 2024 en 2025), kwamen er dit jaar nog eens 5 punten bij, zowel bij stakeholders als bij burgers. Het belang is bijzonder uitgesproken in Afrika en het Midden-Oosten, regio’s die al sterk worden blootgesteld aan extreme klimaatomstandigheden.
Interviews met financiële stakeholders tonen een groeiende aandacht voor veerkracht, maar wijzen tegelijk op de nood aan een duidelijkere definitie en het aantonen van een concreet rendement op investering.
#3 De waarde van duurzaam bouwen: een kernvraag
Naast kennis over duurzaam bouwen blijkt vooral de perceptie van waarde doorslaggevend. 47% van de stakeholders is van mening dat duurzaam bouwen meer waarde creëert dan traditionele bouw (een nieuwe vraag in 2026). Deze overtuiging is minder sterk in bepaalde regio’s (38% in Azië-Pacific, 45% in Europa) en bij verkozen mandatarissen: slechts 34% van hen is hiervan overtuigd.
De concurrentiekracht van oplossingen blijft een cruciale versneller voor duurzame bouw: net als in de vorige editie wordt dit door bijna één op drie stakeholders genoemd. Respondenten die voorstander zijn van een stap terug in duurzame bouw (een minderheidsstandpunt, goed voor 6% van de stakeholders) verwijzen vooral naar te hoge kosten en een gebrek aan prestatiegaranties voor gebruikers.
Het volstaat niet langer om enkel ambities te formuleren. Er is nood aan het concreet aantonen van de waarde: tastbare voordelen, gegarandeerde prestaties voor gebruikers en onderbouwde concurrentiekracht zijn essentieel om duurzame bouw structureel te verankeren in de besluitvorming.
#4 Gedeelde intenties, maar voorlopig beperkte actie
Er bestaat een brede consensus over de nood om te versnellen: 87% van de stakeholders vindt dat er verdere stappen moeten worden gezet. Actoren aan het begin van de waardeketen (architecten en studiebureaus) blijven sleutelspelers (56%, stabiel), en het verwachte momentum steunt vooral op samenwerking tussen stakeholders, eerder dan op één dominante voortrekker.
Toch blijft de praktijk voor het derde jaar op rij achter. Slechts 32% van de professionals beoordeelt systematisch de CO₂-voetafdruk en 30% geeft aan al duurzame projecten te realiseren, tegenover 55% die zegt dat wel van plan te zijn. Bij verkozen mandatarissen blijft duurzaamheid een belangrijk criterium bij de gunning van overheidsopdrachten (86%), maar dit aandeel is gedaald ten opzichte van de vorige editie (98% in 2025). Bij studenten en verenigingen wegen goede intenties nog steeds zwaarder dan concrete actie: 78% van de studenten hecht belang aan opleiding in duurzaam bouwen, maar slechts 5% zou categoriek een job weigeren bij een niet-duurzaam bedrijf. 24% van de verenigingen heeft al projecten geboycot die niet duurzaam waren; 50% zou dat in de toekomst kunnen doen.
#5 Draagvlak bij burgers als versneller van de uitrol?
De barometer onderstreept ook de belangrijke rol die burgers kunnen spelen in het versnellen van de transitie naar duurzaam bouwen.
63% van de burgers beschouwt de ontwikkeling van duurzamere bouw als een prioriteit, een stijging met 4 punten ten opzichte van de vorige editie. Daarnaast groeit de aandacht voor gezondheid en welzijn van bewoners: 19% van de burgers neemt dit inmiddels op in zijn definitie van duurzaam bouwen (+4 punten).
Bovendien is bijna één op drie burgers en stakeholders van mening dat het vergroten van het publieke bewustzijn cruciaal is om vooruitgang te versnellen.
Het versterken van de zichtbaarheid van de gecreëerde waarde, met name voor gebruikers van gebouwen, kan dan ook een sleutelrol spelen in het versnellen en opschalen van duurzame bouwpraktijken.